Blog

Blog

Een bijzonder jaar als Nuffield scholar

Een bijzonder jaar als Nuffield scholar

Nuffield is een reis, een reis die jaren duurt. Een ontdekkingstocht naar je eigen visie en de wereld om je heen. (longread)

Proloog
Het is december 2011, ik heb net mijn applicatie voor een Nuffield Scholar reisbeurs ingestuurd. Sinds anderhalf jaar volg ik de opleiding Biologische Dynamisch landbouw aan de Warmonderhof en heb een enorme honger naar kennis over de agrarische wereld. Want wie zich met de productie van eten bezighoudt, houdt zich bezig met de meest basale maar primaire aspecten van het leven. Naast schoon water en schone lucht is gezond eten het belangrijkste om te kunnen overleven.

In mijn klas, maar ook op mijn werk en privé, zie ik mensen die willen weten waar hun eten vandaan komt, zij willen begrijpen hoe een krop sla zich ontwikkelt, willen weten wie die boer is die hun eten verbouwt. Boer zoekt vrouw is voor velen een romantisch  televisie, maar voor anderen is het een kijkje in de keuken (schuur) van onze voedselproductie. Want wij weten niet meer hoe een spruitje groeit en hoe een varken gehuisvest is. Als kind kreeg ik prentenboeken met plaatjes van boerderijen, met koeien in de  wei en varkens in de modder kippen scharrelend over het erf, fruitbomen en een moestuin. En de boer keek altijd wat dromerig met een strootje in de mond over het hek. Ik heb afgelopen jaar geen prentenboek kunnen vinden met grote schuren, desinfectiebaden, melkrobots, gele oormerken en stapels formulieren met voorschriften en verboden.

In het nieuws zijn er verhalen over voedselschandalen en er verschijnen talloze boeken over de herkomst van ons eten. Er zijn discussies hoe we over een paar jaar de wereldbevolking kunnen voeden. Internet stroomt vol met ideeën over een ideale wereld, waarin alles en iedereen gerespecteerd wordt zonder honger en met alleen nog maar gezond voedsel. Er zijn verschillende kampen die discussiëren over GMO’s versus traditioneel,  diversifiëring versus monocultuur, grootschalig versus kleinschalig, oude kennis versus nieuwe technologisch. Als nieuwkomer binnen de agrarische sector interessant en verwarrend maar ook inspirerend en uitdagend om zelf op onderzoek uit te gaan. Wat is nou die toekomst van kleinschalige landbouw. Heeft de kleinschalige boer nog overlevingskansen? Wat is de invloed van kleinschalige landbouw op onze leefomgeving?



Contemporary Scholars Conference
Het is bijna Kerst 2011, ik ben net de tunnelkas van mijn kweker winterklaar aan het maken als ik hoor dat ik een van de twee Nederlandse Nuffield Scholars voor 2012 ben geworden. Wat een geweldig eind van 2011, maar vooral wat een spannend begin van 2012. Hoe ga ik dit aanpakken, hoe kan ik genoeg tijd vrij plannen om op reis te gaan. Waar reis ik heen om antwoord te vinden op mijn vragen. Wat tot nu toe nog spelen en dromen was, wordt in een keer werkelijkheid. Volgend jaar wordt het jaar van de kleinschalige landbouw.

Het is februari 2012, in Rotterdam en daarna in Londen wordt de Contemporary Scholars Conference gehouden. Voor mijn gevoel de officiële start van mijn Nuffield jaar. Hoewel ik hiervoor wel plannen heb gemaakt over een goede invulling, ontmoet ik nu mensen waar ik mijn ideeën kan scherpen, mijn beeld kan aanpassen en mijn blik kan verbreden. Tijdens deze week ontmoet ik alle andere Nuffield Scholars die zich komend jaar gaan verdiepen in hun zelfgekozen onderwerp. Voor iemand die nog nooit naar een congres is geweest en weinig weet over de agrarische sector in Nederland laat staan in de rest van de wereld, heel spannend. Maar ik ben hier niet voor niets. Ik ben Nuffield Scholar omdat ik een (eigenwijze) visie heb over de agrarische sector, omdat ik wil leren in de breedste zin van het woord, omdat ik kennis wil opslurpen en wil delen met anderen omdat ik mijn eigen kleine wereldje wil verbreden. En dat geldt ook voor al die andere deelnemers en dat schept binnen een paar minuten een band.

Tijdens deze week heb ik mijn schroom overwonnen van “het niet weten”. Iedereen heeft zijn eigen verhaal, zijn eigen kennis, zijn eigen gezichtspunt; het aller belangrijkste, iedereen wil van de ander leren, de ander begrijpen. En ondanks de fysieke grote afstanden tussen onze bedrijven, hebben we veel meer gemeen dan we in eerste instantie denken.
De eerste dag zit ik in de bus naast een Australische schapenboer met 15.000 schapen. Allebei zijn we nieuwsgierig naar het functioneren van twee zulk verschillende bedrijven. Hoe manage je 15.000 schapen? Hoe kan je leven van 2 ha groente? Twee uur praten is niet genoeg om alle vragen te beantwoorden. Later ontmoet ik iemand die zich wil verdiepen in de voor- en nadelen van biologische en biologisch dynamische landbouw, de volgende dag heb ik een gesprek over de nut en noodzaak van GMO’s. Geen onderwerp blijft onbesproken en de discussies lopen soms hoog op. Maar altijd met volle interesse, want waarom heeft iemand anders juist deze ideeën. Er zit altijd een waarom in het verhaal.
Door de excursies kom ik in aanraking met de meest uiteenlopende bedrijven en onderwerpen. De ene dag bespreken we de voor- en nadelen van coöperaties. Coöperaties zijn mooie samenwerkingsverbanden om de boer een eerlijke prijs te geven. Maar hoe groot mag zo’n coöperatie worden om er nog voor de belangen van de boer te zijn, in plaats van voor de belangen van een miljoenenbedrijf.
De volgende dag wordt gewijd aan economie of fair trade handel, dan hebben we het weer over energiegebruik of intensieve veehouderij en marketing. En als je, met je eigen visie in je achterhoofd luistert naar alle verhalen, hoor en leer je zoveel meer.
Deze week is het beste te vergelijken met een snelkookpan die je eigen visie onder druk zet. Maar je ook sterkt in je ideeën. Na een vermoeiende week, met meer indrukken dan je kan verwerken ga ik naar huis met de wetenschap dat mijn onderzoek nog wel wat nuancering vraagt. Dat er nog zoveel is wat ik niet weet. Maar ook met wetenschap dat ik in één week zoveel heb bijgeleerd.
De Stadsakker.winkel
Thuis gekomen, uitgeslapen en bekomen van alle indrukken, val je verassend snel terug in de dagelijkse beslommeringen. Hoewel beslommeringen, drie dagen na het congres gaat het familiebedrijf, De Stadsakker.winkel open. De eerste moestuinwinkel van Nederland, speciaal voor de stadse moestuinder. Voor iedereen met een bak op het balkon of met een hele volkstuin. 
De gesprekken met klanten in de winkel hebben mij geleerd, hoe groot de behoefte is van mensen om zelfredzaam te zijn en zeggenschap te hebben over hun situatie. Hoe je een groene en sociale wereld kan creëren. Hoe fijn mensen het vinden dat hun straat (lees ook wijk en omgeving) leefbaar blijft door nieuwe winkels met producten die hun eerste levensbehoefte vervullen. Hoe fijn mensen het vinden om in een kleinschalige winkel boodschappen te doen. Dat mensen betrokken willen zijn bij het voortbestaan van de winkel en straks de kwekerij. 
De winkel heeft mijn in mijn idee gesterkt dan mensen het proces achter hun voedsel willen begrijpen. En dat de meeste producenten groot en niet transparant zijn. Dat onduidelijk is waar het eten vandaan komt. Waarom eten wij mais uit de VS terwijl boeren hier ook mais verbouwen? Op dit soort vragen zoekt de consument antwoorden. 
Maslow
Naast de winkel ben ik ook bezig met het afronden van mijn opleiding aan de Warmonderhof en praat met docenten en klasgenoten over de zin en onzin van kleinschalige landbouw.  Ik bezoek kleine bedrijven in Nederland die ondanks alle tegenwind (banken, bestemmingsplannen, heersende mores) een mooi bedrijf hebben kunnen neerzetten met een lokale klantenkring.
Langzaam aan verandert mijn Nuffield onderwerp, ik heb het niet meer over kleinschaligelandbouw. Maar over de invloed van de lokale en duurzame voedselvoorziening op onze leefomgeving. Een nuance, maar wel belangrijk om te begrijpen dat het om voedsel gaat en niet om iets abstracts als landbouw.

Het gaat eigenlijk over de piramide van Maslow. Waarbij je pas, als je eerste levensbehoeftes zijn vervuld, je tijd hebt om jezelf te ontwikkelen. En die eerste behoeftes als water, lucht, eten beschutting moeten ook in voldoende mate voorradig zijn, je moet er zeker van zijn, dat je al die basale dingen morgen ook kan krijgen. Daarom willen mensen zeggenschap over hun situatie en grip hebben op hun (super)markt. Nu bepaalt de AH met 4 vestingen in het  centrum van Groningen wat er wordt gegeten door de Stadjers. Als de AH geen biologisch vlees inkoopt, zullen we dat niet eten, als de AH te weinig marge krijgt op de spruitjes eten we geen spruitjes, als AH meer kan verdienen aan Cola is er geen vruchtensap. En als consument moeten we AH maar geloven dat de chocolade fair trade is, omdat er een logo opstaat.
Sustainable Food Summit
Tijd om een bezoek te brengen aan een congres met de grote jongens op de “Sustainable Food Summit”. Hier praten bedrijven en organisaties hoe zij ons voedsel duurzaam kunnen produceren. Waarschijnlijk was ik in het hele gezelschap de enige agrariër, die zelf duurzaam voedsel produceert en voelde mij behoorlijk verloren. De hele dag werd er gepraat over controle, procedures, voorschriften, schaalvergroting, maatschappelijk verantwoord ondernemen, geslaagde projecten en het voorkomen van problemen en uitwassen. 

Eén spreker wist de zaal te boeien door ons een probleem voor te leggen. Een kleinekoffieboer, kon ondanks de fair trade steun geen goed inkomen verwerven, aan ons de vraag dit voor hem op te lossen. Er werd meteen andere overeenkomsten en procedures geopperd. Er werd in schaalvergroting, scholing en gewasbescherming gezocht. Niemand kwam met het idee, dat deze boer misschien beter iets anders kon gaan verbouwen en zich hierdoor nuttig kon maken voor de plaatselijke bevolking. Concurreren met de grootschalige koffieproducenten zou hij immers toch niet kunnen. 
Nee, 
-     de beleidsmakers hadden een beleidsoplossing, 
-     de koffiebedrijven een nieuw soort boon, 
-     de wetenschappers teeltadviezen 
-     en de fair trade organisatie een nieuwe subsidie.
Niet het verhaal, maar je titel en functie bepaald of uitgenodigd was als spreker. Een zaal met goed opgeleide mensen die duur betaald praten over oplossingen maar zelf geen onderdeel van een duurzamere wereld zijn. Het zijn beleidsmakers die anderen gaan vertellen hoe ze het moeten gaan doen. Iedereen ging voldaan naar huis, de wereld was immers een beetje beter geworden.
Ik bleef ongemakkelijk, onvoldaan maar veel wijzer achter. Het verduurzamen van onze voedselketen is duidelijk geen zaak voor de grote bedrijven en organisaties. Het verduurzamen moet van de lokale voedselproducenten komen, die rechtstreeks contact hebben met hun klant. 
Canada
Het is inmiddels half juni, door plotselinge ziekte in de familie heb ik alle verantwoordelijkheid van de winkel overgenomen, uiteraard blijf ik mijn kweker dit seizoen nog helpen dus heb ik binnen een weekend niet alleen een baan, maar ook een winkel en een nieuwe medewerker. Gelukkig blijkt er nog genoeg tijd over te zijn om mijn trip naar Canada voor te bereiden. De winkel laat ik in goede orde achter. Ik besluit een deel van de tijd dicht te gaan om de reis mogelijk te maken. Nu mijn ouders de winkel niet hoeven te bemannen maar vooral goed voor zichzelf zullen zorgen, laat ik ze met een gerust hart achter. In 8 uur vliegen kan ik terug zijn.  Het is voor het eerst dat ik alleen zo lang en zo ver weg ben geweest.
 
Met mijn contacten die ik heb opgedaan tijdens de conferentie maak ik plannen voor bedrijfsbezoeken. Maar voor het zover is bezoek ik eerst Toronto, dé stad van de stadslandbouw, de universiteit van Guelp en een congres in London. Dit congres is vergelijkbaar met onze Nuffield Conferentie maar dan voor scholars die jaren geleden een zelfde soort studiebeurs hebben gekregen. Weer een paar heerlijke dagen vol discussie en bedrijfsbezoeken met in dit geval vaak senior agrariërs. Als Nederlandse gast werd ik van alle kanten gastvrij onthaald en naar voren geschoven voor het interview met de lokale krant. Ik was hun joker deze week, in de meest positieve zin van het woord.

Als ik vervolgens doorvlieg naar Edmonton mag ik gelukkig weer even met mijn handen in de aarde. Ik heb een logeeradres bij een kleinschalige groentekweker die direct voor de boerenmarkt verbouwt. Het is hoogseizoen en voor een boerin die alles alleen doet, is een extra paar handen een welkome aanvulling. In tegenstelling tot Nederland mag je op deze markt slechts verkopen wat je zelf hebt verbouwd maar ook wat je zelf produceert. “Mijn” groentekweker levert naast groente dus ook brood en taarten; zelf gebakken in een gewone keuken. Met twee markten in de week, kan ze er tijdens het seizoen goed van leven. 
Wat mij van Canada het meeste is bijgebleven is aan de ene kant de grootsheid en uitgestrektheid, en aan de ander kant de aandacht voor lokale voedselvoorziening. Aan de ene kant het verbouwen van Soja en Ginseng voor de Aziatische markten en aan de andere kant de nadruk op sla uit eigen buurt. Gelukkig was er nog genoeg tijd om in het park alle indrukken te verwerken en mij af te vragen wat dit betekent voor mijn ideeën. Het belangrijkste wat ik mee terug heb genomen is:
Voedsel is pas voedsel als het op de plek is waar het als voedsel nodig is.
De sojavelden produceren geen eten. De bonen zijn slechts een beleggingsobject en niet interessant voor de streek waar het verbouwd wordt. De hele omgeving is omringd met landbouwgrond maar er staat niets wat de bewoners zelf zullen eten. Voedsel wordt ook als machtsmiddel gebruikt. Een vrachtwagen met rijst voor de grens bij een vluchtelingenkamp is nog geen rijst. Het is een bron van onderhandeling en machtsstrijd. Pas in handen van de vluchtelingen wordt het eten.

Met dat in het achterhoofd, wordt lokale voedselvoorziening nog een stuk interessanter. 
Naast het feit dat Canada groot is, is het Engelse taalgebied ook groot. En dat opent perspectieven voor boeken over lokaal voedsel, duurzame productie en Community Supported Agriculture. Mijn rugzak was lichter geworden door de cadeautjes die ik bij mijn gastvrouwen had achtergelaten, maar kwam nu door al die boeken al snel weer op zijn maximum toelaatbare gewicht voor het vliegtuig.
De reis naar Canada was indrukwekkend en bij thuiskomst moet ik weer omschakelen naar het gewone ritme in de winkel en op de groentekwekerij. Maar het is goed om alle belevenissen vast te houden en te delen. Klanten horen graag de verhalen en met de boeken die ik meegenomen heb, kan ik makkelijk nog een paar weken lezend doorbrengen. 
Actualiteit
Het is oktober. Ik heb veel gelezen en uren doorgebracht op internet. Mijn beeld, dat lokale en hierdoor vaak kleinschalige voedselvoorziening zorgt voor een evenwichtige leefomgeving, wordt door veel mensen gedeeld. Het is niet de wens weer terug te keren naar een nostalgische verleden toen “alles beter was”. Maar het is een kentering in het denken dat alles met elkaar in verbinding staat. Iets waar de BD-landbouw al langer van is doordrongen. Je kan niet straffeloos roofbouw plegen op een akker en dit eindeloos met kunstmest weer in evenwicht proberen te brengen. Links- of rechtsom moet die rekening van ongebreidelde productie worden betaald. En tot nu toe wordt die rekening nog steeds niet bij de gebruiker neergelegd. Want wij krijgen nog steeds kiloknallers aangeboden.

 
Dan komt het boek van Louise Fresco uit dat een storm van discussie teweeg brengt. Het boek is dik en voor mij weinig toegankelijk geschreven, dus ik ga naar een avond waarop Fresco zelf haar verhaal toelicht en in debat gaat met deskundigen onder andere van het Louis Bolk instituut.  Dat beloofd een interessante avond worden. Fresco heeft echter haar opponenten afgezegd. Waardoor Forum Duurzaam, onder het mom van “communicatie problemen” Fresco een vrij podium geeft om haar standpunten ten aanzien van grootschaligheid en de noodzakelijke toekomst van moderne techniek, zonder interruptie van ingelezen deskundigen te verspreiden. Haar boodschap; Geef ons, onderzoekers en grote bedrijven de ruimte en wij lossen het wereldvoedselprobleem op, vertrouw ons en de door ons ontwikkelend technologie en ga rustig slapen.

Voor iemand die “zeggenschap over je eigen situatie” als familiemotto heeft meegekregen, een heel onbevredigende boodschap. Aangezien tot nu toe, de fabrikanten regelmatig hebben moeten terugkomen op eerder gedane uitspraken. Denk aan Round-up die geen kwalijke bijwerkingen zou hebben voor het milieu of GMO’s die toch giftiger zijn dan eerder voorspelt. Fresco houdt eigenlijk een pleidooi om burgers en de leefomgeving in te zetten als proefkonijnen ten bate van de “vooruitgang” in het bedrijfsleven. De vraag is of de consument hieraan wil meewerken. Ze neemt een voorschot op de toekomstige generatie, zonder te weten of ze het kan terugbetalen. 

Als ook Aalt Dijkhuizen uit Wageningen nog een promotiecampagne opzet voor grootschalige en intensieve landbouw die het vooral van nieuwe technieken moet hebben, wordt ik alleen nog maar gesterkt in mijn idee dat lokale voedselproductie wel eens de echte oplossing voor ons voedselvraagstuk is. Als lokale (en lees meteen ook duurzame en biologische) voedselproductie geen bedreiging voor de grootschalige jongens is, hadden ze deze visie nooit zo luid en ongenuanceerd verkondigd. Maar helaas, in de mondiale wereld, heb je het niet over gezamenlijke kansen en samenwerking, maar over bedreigingen van markten en persoonlijke toekomst. Terwijl een lokale economie gericht is op welbevinden van alle betrokkenen omdat dat op korte termijn ook jezelf weer ten goede komt.
Louise Fresco en een Aalt Dijkhuizen zijn zo verweven met hun rollen binnen de Universiteit, Unilever en de Rabobank, dat het promoten van de core-business van deze bedrijven een tweede natuur is geworden. Ik weet niet of Fresco en Dijkhuizen hun boodschap ook op persoonlijke titel zo zouden verwoorden. Maar als lobbyisten voor hun broodheren zijn ze goed in hun vak. Zij kijken beide niet verder dan hun vakgebied. Terwijl je voedsel onmogelijk los kan zien van zijn omgeving, daarvoor is eten te veel verweven in ons bestaan. We hebben het over een eerste levensbehoefte die direct van invloed is op ons dagelijkse functioneren.

Lokale voedselproductie zorgt niet alleen voor lokaal eten. Het zorgt: 
- voor het stimuleren en stabiliseren van de lokale economie, 
- dat we zorgzamer omgaan met onze omgeving, 
- dat we produceren wat we fysiek nodig hebben in plaats dat we puur produceren voor winst,
- voor een kentering in de trek van het platteland naar de stad,
- voor zeggenschap over je eigen situatie,
- dat voedselcrisissen (EHEC, paardenvlees) lokaal blijven en niet Europees of zelfs mondiaal worden, 
- voor minder uitval bij het productieproces,
- voor een hogere opbrengst per m2 omdat er minder oogst verloren gaat,
- voor een diversiteit in het aanbod van groente en fruit,
- voor een betere bescherming tegen grootschalige uitbraak van ziektes in planten en vee 
- voor een sterkere band met eten, 
- dat er ruime keuze blijft in je aanbieders,
- voor educatie over de complexheid  van het kwekers vak, 
- voor een eerlijk loon voor de boer, 
- voor een diversere omgeving, waar grote vlaktes vervangen worden door een patchwork van bedrijfjes en niet te vergeten bedrijvigheid. 
Cuba
En bovenstaande gebeurt in Cuba. Door het wegvallen van de Sovjet Unie als grote handelspartner heeft het land moeten omschakelen van grootschalige suikerriet naar lokale voedselproductie. En door gebrek aan financiën, en dus niet in staat om kunstmest en duur zaaigoed in te kopen, werden de akkers “noodgedwongen” zo goed als biologisch. Ondanks het communistische regiem hebben de boeren zeggenschap over hun eigen akkers gekregen en kunnen ze verbouwen waar de klant naar vraagt.
Het lukt niet om dit geweldige land dit jaar nog zelf te bezoeken. Maar de wens blijft en in februari 2014 probeer ik alsnog met een andere Canadese scholar  drie weken naar Cuba te gaan. Tot die tijd stort ik mij op het project De Stadsakker.
Toekomst
Het is inmiddels begin 2013. Ik kan terugkijken op een enerverend jaar. Een jaar met een randje zoals we thuis zeggen, een randje met diverse kleuren, maar hierdoor is het ook een kleurrijk randje geworden.
- De Stadsakker.winkel is gestart in 2013, speciaal voor de stadse moestuinder. Dit is ook de plek waar in de toekomst producten van de kwekerij verkrijgbaar zijn, en dat alles in hartje centrum van de stad.
- De Stadsakker.kwekerij staat gepland voor eind 2013, voor Stadjers die niet zelf willen verbouwen maar lokale voedselproductie belangrijk vinden. 
- De Stadsakker.oogst komt er halverwege 2014, voor het verwerken van de oogst tot hartige taarten, soepen en langer houdbare weckproducten. 
- De Stadsakker.distributie staat ook gepland voor halverwege 2014 en zorgt voor de distributie van de gekweekte en geproduceerde producten. 
-  De Stadsakker.groei komt er voor de borging van kennis, zodat het niet bij één stadsakker blijft maar opgedane kennis en ervaring meegenomen kan worden naar andere stadsakkers.
- Mijn ouders zijn inmiddels goed hersteld en zijn, weliswaar op de achtergrond, weer nauw betrokken bij alle Stadsakker plannen.
Tot nu toe is het lastig voor startende kwekers, om  financiering te vinden. Maar met eenwerkend voorbeeld, dat kleinschalig is, met lage investeringen zorgen we dat toekomstige tuinders hun kansen vergroten. Om jonge kwekers nog meer kansen te bieden, is het een goed streven om de grond, onroerende zaken en direct gerelateerde bedrijfsmiddelen zoals mechanisatie op te nemen in een stichting. Hierdoor is het eenvoudig om in te stappen in de onderneming, en blijft bij vertrek van de tuinder, de kwekerij voortbestaan. De grond wordt op deze wijze ook geen bezit van een ondernemer met winstoogmerk maar wordt onder toezicht van de stichting alleen ingezet voor de productie van voedsel. En is niet meer beschikbaar voor woningbouw en industrie, hierdoor is grondverbetering een wezenlijke investering in de toekomst.

De ontwikkelingen rondom stadslandbouw zijn niet meer te stoppen. Er zijn dit voorjaar diverse congressen over stadslandbouw. Belangrijk onderwerp is; hoe lokale voedselvoorziening, zoals ik stadslandbouw liever omschrijf, mogelijk is ondanks onze wet- en regelgeving. Binnen de gemeente Groningen ben ik hierin een ijsbreker en heb regelmatig gesproken met betrokken afdelingen waar ik, maar ook waar zij tegenaan lopen. De transitie van “de ver van mijn bed productie” naar “graag in mijn eigen spreekwoordelijke achtertuin” heeft nog een lange weg te gaan. 
Tot slot
Na het afgelopen jaar ben ik er meer dan ooit van overtuigd dat lokale voedselvoorziening toekomst heeft juist omdat kleinschaligheid zo’n positieve invloed heeft op onze leefomgeving. Ik blijf geloven dat juist de kleinschalige boer overlevingskansen heeft, omdat hij het contact met zijn klanten opbouwt en herstelt. Hierin wordt ik gesteund door de reacties van klanten en mijn directe omgeving.  Diverse groepen mensen zoeken naar een kentering in het huidige landbouwbeleid. Hierdoor ben ik gesterkt om  na te blijven denken over meer dan alleen mijn eigen vertrouwde eilandje en ik durf vraagtekens te zetten bij reguliere standpunten. 
Ik ben misschien wel de enige kweker, die al een klantenkring heeft, maar nog geen slakrop in de grond heeft zitten. Daar moet ik dus snel werk van maken. Want van gedachten wisselen, leren en nadenken is prima, maar er moet ook gewerkt worden.
met dank aan Nuffield Nederland